De koppen in het Spoorwegmuseum

Op de grote manifestatie E 55 die in 1955 werd gehouden op de plaats waar nu in Rotterdam het academisch ziekenhuiscomplex is gevestigd, had ook NS een (grote) stand ingericht. Het bedrijf wilde op de tentoonstelling ook nieuw personeel werven. De bezoekers passeerden een rij volgens de nieuwste stijl ontworpen loketten: met een draaischijf onder het spreekraam, waarmee lokettisten de kaartjes weggaven. Men kwam vervolgens o.a. langs een op zware houten schragen staande lege en ongeschilderde kast van een locomotief serie 2200 en buiten was een perron met sporen waarop (toen) modern goederenmaterieel stond. En binnen stond de mooie cabine van het materieeltype mat’46.

Cabine mat.'46

De kop in het museum op 1 augustus 1970 (Foto: Nico Spilt)De cabine stond een beetje apart, dicht bij de loketten. Lange tijd is aangenomen dat het hier om de overgebleven cabine zou gaan van het bij Susteren verbrande treinstel 654. Maar deze cabine heeft, weliswaar als casco, jaren als reserve op het terrein van de werkplaats Haarlem gestaan. Zoals gezegd, op de E55 werd  geworven voor o.a. machinisten (“werk bij het spoor is mannenwerk”) en de jonge mannen die in het profiel leken te passen konden, na een gesprekje, meegenomen worden naar de cabine om te ervaren hoe dat was. Ongeveer een jaar na de expositie kwam de kop, met daarachter in een glazen kast het wiel dat kon gaan draaien en geremd worden, naar het Spoorwegmuseum. Aangenomen wordt dat de grote groene kast, met achter vensters de rijschakelaars en daarboven een raam met een verlichte schematische tekening van de schakeltoestand van de stroomkringen in een tweewagenstel, iets later werd geplaatst.

[Noot:
In het boekje “Vurig Spoor, een beknopte gids voor bezoekers van het Spoorwegmuseum” door Henri Asselberghs, is een foto opgenomen van zaal IX (“de moderne afdeling”) waar de mat’46-cabine nog niet is opgesteld. Op de plattegrond van “zaal IX” aan de binnenzijde van het achter-omslag is hij (en de kast met de rijschakelaars) al wel ingetekend als object 10060. Het museum werd in het stationsgebouw in 1954 geopend. Eerst de “historische” zalen en aanmerkelijk later zaal IX met de baan “Seinbeelden NS”. Het boekje “Vurig Spoor” is uit 1960.]

Het aandrijfwiel achter de cabine op 22 januari 1957 (Foto: Spoorwegmuseum)De cabine van mat.'46 op de E55 wordt op 16 augustus 1955 druk bezocht en bekeken (Foto: Spoorwegmuseum)Het interieur van de cabine op 2 september 1955: alsof je zo kunt wegrijden (Foto: Spoorwegmuseum)Later kwam buiten voor een raam op het perron een grote kast met achter een hekje een stroomafnemer onder een stukje bovenleiding. Bij het bedienen van de cabine werd de pantograaf opgezet. Deze zinkkleurige opstelling stond, voor hij op zijn definitieve plaats kwam, vrij lang bij het uiteinde van het eerste perron onder zeil. De cabine was op zo’n negen vierkante meter een museumstuk dat een groot aantal bezoekers bij elke demonstratie boeide en de kinderen, die dan onder begeleiding alles doen mochten, een groot plezier deed. De oudere Vrienden zullen zich ook het bij het remmen ontwikkelde geluidsniveau herinneren: vermoedelijk zal het met de tegenwoordige normen niet meer getolereerd worden door autoriteiten die toezicht houden op arbeidsomstandigheden.

Sprintercabine

Hoewel dat niet formeel zo werd gezegd moest, tegen de zin van de toenmalige directie van het Museum, de kop op zeker moment worden verwijderd. NS zou zich, naar men zei, hierdoor te ouderwets vertegenwoordigd achten. De cabine werd vervangen door een véél meer ruimte vergende Sprinterkop, waar zeer weinig aan te beleven was. De Sprinterkop was geen mockup, maar een echte cabine, geleverd door Talbot. Machinisten konden hun zegje doen over verschillende ergonomischeDe later in het Spoorwegmuseum geplaatste mockup van de Sprinterkop in de loods van het Herstelpunt Tractie en Materieel Utrecht (HTMU) op 29 juni 1973. Op deze locatie beoordeelden machinisten de cabine op diverse ergonomische aspecten (Foto Peter van der Vlist) aspecten. Hij stond een tijdje op een rongenwagen (o.a. bij HTMU) in de periode waarin hij als zodanig diende. In het museum werd de cabine omgeven door een stukje betegeld perron en een ‘valkuil’ met een stukje spoor, waarop een zeer kostbare pop stond die dan een rangeerder moest voorstellen. Behalve die pop kwamen ook wel bezoekers in die kuil terecht, waaraan dan meestal de EHBO aan te pas kwam, totdat een bezoeker die wat klein van stuk was, zich bewees met “karate” en met één klap de dure pop stuk sloeg. Dat deze pop er stond was eigenlijk onlogisch want de sprinters waren destijds het enige materieel dat met het wegklapbare beschermdeksel zonder hulp van een rangeerder kon koppelen. Maar de vernielzucht werd gevoeld als zeer onnozel en kostbaar.

In de beginjaren is geprobeerd de kop interessanter te maken door een film te laten maken die het uitzicht van een machinist moest tonen. Veel aantrekkelijker was de latere inrichting als simulator,  gebouwd door het tentoonstelling-inrichtingsbedrijf Bruns in Veldhoven, waarmee het apparaat eindelijk een goede functie kreeg. In eerste instantie werd de cabine  geplaatst achter de Longmoor in Wereld 4, maar zowel de plaats van de Longmoor als de Sprinterkop werden daar al snel bezwaarlijk gevonden. De volgende plaats van de Longmoor en de kop werd het spoor waarop nu nog de Longmoor staat. Later is de kop naar zijn huidige plek gegaan, vlak bij de 3737, ook om die plek in het museum meer levendig te maken.

Hits: 820