Spoorwegmuseum 60 jaar geleden eindelijk weer open

(Artikel dateert van najaar 2013)


Bijna 60 jaar geleden, op zaterdag 28 november 1953 om 10 uur, op dezelfde dag dat in Eindhoven de hoge spoorbaan en de nieuwe perrons officieel in gebruik werden genomen, werd in het tot Spoorwegmuseum omgebouwde Utrechtse Maliebaanstation het aan het verleden gewijde gedeelte (de ‘rechtervleugel’) voor het publiek open gesteld. Tijdens de lopende NS winterdienstregeling was het museum van 10 tot 16 uur geopend (op zondag vanaf 13 uur), behalve op maandag (ook toen al). Tijdens de NS-zomerdienstregeling werd de sluitingstijd een uur later gesteld. De toegangsprijs bedroeg 0,25 cent.

Toen op 7 januari 1927 het ‘Nederlandsch Spoorwegmusuem’ werd opgericht konden de oprichters niet voorzien dat hun geesteskind een moeilijke jeugd zou krijgen. De belangrijkste oorzaak daarvan was wel de steeds terugkerende dakloosheid. Sinds de oprichting heeft het museum drie keer moeten verhuizen omdat de ruimten in Utrecht waar het museum op 1 december 1928 aan de Moreelselaan 4 was geopend en Amsterdam om uiteenlopende redenen vrij gemaakt moesten worden. De derde keer werd er geen alternatieve ruimte gevonden en moest de verzameling in kisten worden verpakt en opgeslagen tot betere tijden zouden aanbreken. En die kwamen er. De toenmalige NS-directie, onder de bezielende leiding van ir. F.Q. den Hollander, bood aan het Maliebaanstation tot Spoorwegmuseum te verbouwen! Onder leiding van architect ir.H.G.J.Schelling werd begonnen met de verbouwing en restauratie van het station en op 28 november kon dus het eerste gedeelte worden geopend. De inrichting van de ‘linkervleugel’ (met het ‘heden en de toekomst’ van de spoorwegen) zou in de loop van 1954 volgen.Renovatie linkervleugel (foto: archief Spoorwegmuseum).

In het blad ‘Spoor- en Tramwegen’ werd indertijd een schets gegeven van de inrichting van de toen nieuwe behuizing en in dit artikel wandelen we mee met de auteur, de heer Asselberghs, die enthousiast schreef over ‘zijn’ museum. Ook toen al was er de spanning tussen enerzijds de verzameling en de daarbij horende wensen tot uitbreiding en anderzijds de beschikbare ruimte. Voor de hal had men daarom bedacht dat die voor meerdere doeleinden gebruikt moest kunnen worden. Er werden zodoende objecten geplaatst die relatief eenvoudig te verplaatsen waren. In het midden van de hal stond het (werkende) model van Stephenson’s Rocket en in de hoek de eerste voor een Nederlandse spoorwegmaatschappij gebouwde stoommachine. Ook die kon werkend worden getoond. En dan stonden er acht locomotiefmodellen die ook allemaal konden worden verplaatst zodat de hal tot een ontvangstcentrum kon worden omgebouwd.

Ook geschilderde portretten van spoorwegdirecteuren kregen hun plaats in deze hal. Als we vervolgens het eigenlijke museum in lopen komen we in het eerste zaaltje voorbeelden uit de ontwikkeling van de infrastructuur tegen. Ook in de daarop volgende zaaltjes is ‘Weg en Werken’ het motto: van veel vaak al verdwenen stationsgebouwen zijn afbeeldingen te zien op litho’s, tekeningen en geschilderde doeken. Bijzonder is de op een vijfde van de ware grootte nagebouwde draaischijf met een stukje spoorbaan uit 1839. In zaal drie zijn maquettes te zien van de stations Maastricht en Amsterdam Muiderpoort. In zaal vier is alles wat op de bruggenbouw betrekking heeft bijeen gebracht en nog nooit kon wat er van de unieke verzameling Conrad over was zo overzichtelijk worden getoond. In de volgende zaal zien we de ontwikkeling van het seinwezen en in de daarop volgende twee ruimten is het rollend materieel beeld bepalend. Maar ook de afbeeldingen van personeel in uniform trekken de aandacht. In het laatste zaaltje worden in moderne vitrines gedenkpenningen tentoongesteld en zal er een wandrek komen waar meer dan voldoende ruimte zal zijn voor een expositie van oude aandelen, feestprogramma’s, menu’s, portretten, plaatsbewijzen en natuurlijk hele verzamelingen foto’s van locomotieven, rijtuigen , gebouwen enz.

De NRS 107 (foto: archief Spoorwegmuseum).Als we even buiten gaan kijken zien we langs het perron voorlopig alleen nog De Arend en haar drie rijtuigen, de locomotieven SS 13 en de ‘Longmoor’ en het SS-veewagentje uit 1863. Maar de heer Asselberghs meldt dat de directie van NS heeft besloten drie in de oorlog beschadigde locomotieven uit de museumcollectie (de 1604, 1326 en 1010) te herstellen. Hij spreekt de verwachting uit dat deze machines zo spoedig mogelijk de voor hen gereserveerde plaatsen zullen innemen.
In de loop van 1954, volgend jaar dus 60 jaar geleden, zou met de ingebruikname van de tweede vleugel het museum een aanzienlijke uitbreiding ondergaan. In dit nieuwe museumgedeelte komt de nadruk dan te liggen op ‘ontwikkelingen van vandaag en de nabije toekomst’. Zoals de heer Asselberghs het indertijd formuleerde: het Nederlands Spoorwegmuseum zal dan tot de meest interessante instellingen op dit gebied ter wereld behoren. Als feestelijk besluit van de inrichting van deze nieuwe afdeling vond op 5 november 1954 de officiële opening van het museum in haar definitieve huisvesting plaats.

In het laatste nummer van de Vriendendienst van 2013 heeft u kunnen lezen dat het op 28 november precies 60 jaar geleden was dat het eerste gedeelte van het tot Spoorwegmuseum verbouwde Maliebaanstation in gebruik werd genomen: de aan het verleden gewijde rechtervleugel. In 1954 volgde de linkervleugel, de moderne afdeling. Een paar maanden na de opening op 28 november kon de directeur, W.R.Blankert, melden dat al zo’n 4000 bezoekers de ‘oude’ rechtervleugel hadden bezocht. De verwachting dat dit aantal alleen maar zou toenemen was gebaseerd op het feit dat sinds eind maart 1954 de collectie rollend materieel was uitgebreid. Achter de Arend met haar drie rijtuigen stonden nu ook de SS 13, het veewagentje SS 3517 en natuurlijk de Longmoor opgesteld en men keek uit naar de komst van de op dat moment in de werkplaats Tilburg in behandeling zijnde locomotieven. De officiële opening van de nieuwe afdeling, de linkervleugel, vond plaats op 5 november 1954.

Expositieruimte

De expositieruimte - overzicht (foto: archief Spoorwegmuseum).De gehele ruimte in de linker vleugel was omgebouwd tot expositieruimte. Architect Ir.H.G.J.Schelling had het ontwerp gemaakt en had ook de leiding van de gehele verbouwing van het Maliebaanstation. In de gloednieuwe zaal stond links als publiekstrekker de grote modelbaan, compleet met rijdende treinstellen, werkende lichtseinen, beweegbare kopie van de Rotterdamse Koningshaven hefbrug en een kopie van het Leidse stationsgebouw. Op het NX- bedieningstableau werden de rijwegen ingesteld voor de treinstellen die onderweg op deze imponerende modelbaan automatisch beveiligde overwegen passeerden. Veel van onze huidige Vrienden hebben goede jeugdherinneringen aan dit imposante schouwspel: als je voor het hekwerk stond passeerden de treinen je bijna op ooghoogte.

De expositieruimte - de 1108 in model (foto: archief Spoorwegmuseum).Aan de andere lange zijde van de zaal was nog een publiekstrekker: een maquette die bedoeld was de aanleg van een spoorbaan weer te geven. De diverse fases werden getoond: van het weggraven van de aarde, het storten van zand voor het baanlichaam tot het aanbrengen van dwarsliggers en rails. Uiteraard werden ook de stappen in de elektrificatie getoond: betonblokken, bovenleidingmasten en uiteraard het ophangen van de bovenleiding zelf. En dan was er de mooie 1108: wie herinnert zich dit mooie model niet. Vandaag de dag nog te zien in de gang naar de vergaderzaal in diezelfde linkervleugel. Maar bij de opening van de nieuwe vleugel in 1954 reed de loc trots zijn baantjes heen en weer, met brandende koplampen en rode sluitseinen. En dan de rij modellen in het midden van de zaal. Een overzicht van het moderne materieelpark van NS getoond door modellen van locomotieven, rijtuigen en wagens. Er stonden fraaie schaalmodellen (een tiende van de ware grootte) van o.a. de 2400, rangeerloc 500, de DE1 en DE2, rongenwagen, laadkistenwagen en de nieuwste personenrijtuigen. De echte 1108 staat hier (met trein 221) in Hilversum op 16 augustus 1964. (Foto: Peter v.d. Vlist)Opening

De ingebruikname van de nieuwe moderne vleugel markeerde op 5 november 1954 de officiële opening van het Spoorwegmuseum. Bij die gelegenheid haalde Ir.F.Q. den Hollander herinneringen op aan het moment dat hij, voor het Maliebaanstation staande en denkend aan de ingepakte en opgeborgen spullen van het Museum, eigenlijk toen al het besluit had genomen om van het oude, markante gebouw een museumstuk te maken en er dan ook de vele museumstukken in onder te brengen. En dan niet alleen om het verleden in herinnering te houden, maar ook om plaats te hebben voor de moderne ontwikkelingen. Bij deze gelegenheid werd door de heer Den Hollander een handgekleurde litho, voorstellend het Centraal Station van Utrecht, aangeboden aan de vrouw van de Utrechtse burgemeester Jhr. Mr. C.J.A. de Ranitz. Deze verrichtte de openingshandeling en kon bij die gelegenheid aankondigen dat het Hare Majesteit had behaagd de erepenning in zilver ‘Voor verdiensten jegens Openbare Instellingen’ te verlenen aan de heer Henri Asselberghs, oud directeur (en op dat moment adviseur) van het Spoorwegmuseum. Er was nog een ‘overdracht’ want terwijl het gezelschap in de moderne afdeling wandelde werd in de historische afdeling namens de ‘Vereniging Directeuren Dochter Ondernemingen der NS’ een schilderij aangeboden, voorstellende het ‘Gezicht op Scheveningen’ van H.W.Mesdag.

Zoals dat indertijd werd geschreven: “op 5 november 1954 heeft het Nederlandsch Spoorwegmuseum zijn plaats in de rij der Nederlandse musea weer officieel hernomen”.

De hoop en verwachting dat het die plaats tot in lengte van jaren zou mogen behouden is uitgekomen.

Hits: 585