Vrienden financieren RESTAURATIE BRUGMODELLEN van Conrad

Van 2 juli tot en met 20 oktober 2015 organiseerde het Spoorwegmuseum een tentoonstelling over het werk van Frederik Willem Conrad, een belangrijke spoorwegpionier uit de begintijd van de spoorwegen. Onvervalst pionierswerk,  want hoewel in Engeland al tien jaar spoorwegen werden gebouwd waren er geen voorbeelden beschikbaar van constructies die nodig waren  om te kunnen bouwen op de drassige en veenachtige grond van West Nederland. Bij de aanleg van onze eerste spoorweg kreeg Conrad de kans om zijn eigen constructies en denkwijzen toe te passen.

Frederik Willem ConradFrederik Willem Conrad wordt op 15 februari 1800 geboren in het dorp Spaarndam bij Haarlem. In zijn geboortedorp stond in die jaren een groot stoomgemaal waarover Conrads vader het toezicht had. De jonge Conrad raakt geboeid door deze machine met de grote waterraderen die het water van het Spaarne overdroegen naar het IJ. Hij gaat met zijn vader mee op inspecties en zo moet zijn liefde voor het waterstaatswerk zijn gegroeid. Als Frederik Willem acht jaar is overlijdt zijn vader. Uit waardering voor het door Conrad senior “in ’s lands belang verrichte werk” geeft Koning Lodewijk Napoleon de jonge Conrad (en zijn twee oudere broers) een technische opleiding op staatskosten. Op 18-jarige leeftijd verlaat hij de Artillerie- en Genieschool in Delft en in de jaren daarna is hij betrokken bij werkzaamheden aan o.a. het Noordhollands Kanaal, het kanaal van Stenenhoek, het Zederikkanaal en het stoomgemaal Arkelsedam. In 1837 wordt na de ernstige overstroming en de overlast van de Haarlemmermeer besloten met spoed met de droogmaking te beginnen en Conrad krijgt daarbij een belangrijke leidinggevende functie. Hij zou ongetwijfeld “eer en roem” gekregen hebben bij dit project, maar het liep geheel anders.

Spoorlijn Amsterdam-Haarlem

Al vanaf voorjaar 1838 werd er onder leiding van bouwchef W.C.Brade gewerkt aan fase 1 van de aanleg van “een ijzeren spoorweg” van Amsterdam naar Rotterdam. Brade nam echter ontslag bij de HYSM na een ernstig meningsverschil met de directie. Vervolgens wordt Conrad gevraagd om Brade op te volgen, hetgeen hij graag doet. Hij vraagt en krijgt ontslag bij Waterstaat en in februari 1839 treedt hij in dienst van de HYSM. Hij inspecteert de reeds begonnen werken op het traject Amsterdam-Haarlem en hij adviseert de directie om de buiten de stadswallen van Amsterdam en Haarlem in aanbouw zijnde  houten hulpstations eerst af te bouwen om daarna zo snel mogelijk het baanvak Amsterdam-Haarlem in dienst te  nemen. En dat gebeurt dan ook op 20 september van dat jaar.
De spoorweg Amsterdam-Rotterdam  zou door een gebied worden aangelegd met veel plassen, vaarten , kanalen en rivieren. In totaal moesten er 98 grote en kleine bruggen, waaronder 12 beweegbare,  worden gebouwd. En hier kan Conrad, een liefhebber van brugconstructies, zijn hart ophalen. De bruggen verschijnen in hard houten of gietijzeren uitvoering. De mooiste gietijzeren brug wordt de draaibrug over het Spaarne in Haarlem.

Na ruim acht jaar van ononderbroken arbeid kon Conrad met voldoening zeggen dat ‘Amsterdam-Rotterdam’ geklaard was. Ondanks zijn hoop op verlenging van het contract moest de HYSM het hier echter bij laten: het project was met grote moeite en met veel Duits kapitaal gefinancierd. In het algemeen zag men nog niet het grote belang van een spoorwegnet en zelfs Thorbecke onderschatte dit belang. De ongeduldige Conrad vraagt en krijgt in oktober 1855 ontslag uit de dienst van de HYSM om zijn oude werk bij de Waterstaat weer op te pakken.

Naast veel vreugde (bijvoorbeeld over het voltooien van de spoorweg) heeft Conrad ook veel leed in zijn leven gekend. Een jaar na elkaar overlijden zijn broers waarmee hij gelijktijdig had gestudeerd. Enkele jaren later krijgt hij opnieuw een treurig verlies te verwerken als zijn enige en naar hem genoemde zoon op jeugdige leeftijd in Indie overlijdt. Conrad verliest zich hierna helemaal in zijn werk bij de Waterstaat en komt door een erfenis in het gelukkige bezit van het prachtige en uitgestrekte landgoed “de Wiers” bij Vreeswijk. Hij kan nu zijn vrije tijd besteden aan zijn liefhebberij: tuinieren.

Vermeldenswaard zijn nog twee belangrijke aspecten in het leven van Conrad. Samen met twee bouwingenieurs stichtte hij in 1847 het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs. De ruim 200 technici die zich als lid hadden opgegeven kozen hem unaniem als eerste president. De gezondheid van Conrad was er niet beter op geworden door zijn ingespannen werkzaamheden voor de HYSM. Behalve voor ons land was Conrad ook in het buitenland een gerespecteerd technicus: hij was o.a. adviseur bij het graven van het Suezkanaal. Hoewel hij al ziek was kon hij daar toch de opening in 1870 nog meemaken, maar op de terugreis verslechterde de gezondheid van Conrad zodanig ernstig dat hij op 1 februari 1870 overleed in München. (bron: Spoor- en Tramwegen)

Restauratie brugmodellen

Conrad maakte naam met zijn brugontwerpen. Van de in totaal 98 ontworpen bruggen werden er vele in model gebouwd. De modellen van zijn ontwerpen zijn topstukken uit de collectie van Het Spoorwegmuseum, ze waren zelfs te zien op de Wereldtentoonstelling in Londen in 1851. De modellen zijn gemaakt in de jaren ’40 van de 19e eeuw. In het station van Wereld 1 zijn ze te zien en ook in Loods Nijverdal stond een aantal. Deze mooie brugmodellen en het schaalmodel (1:5) van de draaischijf werden gerestaureerd en maakten deel uit van de tentoonstelling over Conrad.

Jos Zijlstra en het restauratieteam inspecteren de draaischijf. Foto: onbekend.Het restauratiewerk werd uitgevoerd door meubelrestaurateurs Vincent van Drie en Nico Hijman. Zij waren als restauratoren al bekend met de restauratie van de schaalmodellen van Het Spoorwegmuseum. In 2007 en 2008 restaureerden zij een draaibrug, een rolbrug en een dubbele kraanbrug die nu in het museum staan opgesteld in ‘Het Station van Haarlem’. Het uitgangspunt voor de restauratie van de objecten uit de museumcollectie was dat het functioneren van de modellen moest kunnen worden gedemonstreerd. Naast twee brugmodellen werd ook een schaalmodel van een draaischijf gerestaureerd, in de beginperiode van de spoorwegen ‘draaijplaat’ genoemd (turnplate in het Engels) uit de periode van de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij. De draaischijf bestaat uit een ronde verdiepte ruimte waarin de schijf om een spil draait. Door aansluiting op meerdere sporen ontstaat een netwerk met variabele mogelijkheden. Dit door Conrad ontworpen concept had tot doel om het kopmaken van de locomotief en de tender mogelijk te maken. Een combinatie van twee draaischijven werd daartoe aan het einde van de spoorlijn geplaatst en was ca. 1840 in Den Haag en Sloten in gebruik. De handelingen bij het ‘kopdraaien’ werden ca. 4x per dag werd verricht.

Het bestuur van de Vrienden is er trots op te kunnen melden dat de Vereniging de restauratie van deze unieke modellen financieel mogelijk heeft gemaakt.

Hits: 295